Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1..[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1..De procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 juli 2022.
2..De feiten
de rechtbank leest: 16 juni] 2009 waarbij
directde hersenbeschadiging heeft veroorzaakt. Indirect heeft de hoge dosis er wel toe bijgedragen om dat de dosis lokaal anesthetica heeft bijgedragen aan de lagere bloeddruk tijdens de laatste operatie.
3..Het geschil
- voor recht te verklaren in hoeverre EMC aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden (hersen)schade van [naam minderjarige] , en
- de zaak te verwijzen naar de schadestaatprocedure.
- voor recht te verklaren dat EMC jegens [gedaagden] aansprakelijk is op grond van secundaire victimisatie en dat [gedaagden] hierdoor (een nader te begroten) schade hebben geleden die door EMC vergoed dient te worden;
- voor recht te verklaren dat EMC tevens aansprakelijk is op grond van een onzorgvuldige post-operatieve zorg met betrekking tot de status epilepticus en dat op basis van deze onzorgvuldige zorg de schade van [naam minderjarige] , zoals die is ontstaan door deze fout, volledig vergoed dient te worden; althans een percentage vast te stellen ten aanzien van dit
- aan [gedaagden] (bij tussenvonnis) verlof te verlenen om tussentijds appel in te dienen tegen de deelgeschilbeschikking van 14 december 2018, wanneer de rechtbank van oordeel is dat in die beschikking geen bindende eindbeslissing is gewezen ten aanzien van het (minimale) deel van de hersenschade van [naam minderjarige] waarvoor EMC aansprakelijk is;
- een door EMC beschikbaar te stellen budget vast te stellen van tenminste € 25.000,-; althans een in goede justitie te bepalen budget voor de juridische kosten zijdens [gedaagden] die gepaard gaan met het instellen van voornoemd tussentijds appel;
4..De beoordeling
5..De beslissing
12 oktober 2022voor akte aan beide zijden, waarbij partijen zich ieder kunnen uitlaten over de vraagstelling aan de deskundigen en de begroting van de deskundigen;
2515/2054/638/106