De zaak betreft een minderjarige die sinds 2016 in een netwerkpleeggezin bij zijn grootmoeder moederszijde verblijft. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar vanwege persoonlijke problematiek en eerdere ongeschiktheid is de minderjarige onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst.
De gecertificeerde instelling verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, alsmede toestemming voor wijziging van het verblijf van de grootmoeder naar de moeder. De moeder heeft haar situatie verbeterd en beschikt volgens onderzoek over voldoende opvoedcapaciteiten. De grootmoeder verzet zich tegen de verhuizing vanwege zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder en het sociale netwerk van het kind.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor respectievelijk een jaar en twee maanden gerechtvaardigd is. De toestemming voor wijziging van verblijf wordt niet direct verleend, omdat een gefaseerde terugplaatsing in het belang van het kind is en een duidelijk plan ontbreekt. De kinderrechter benoemt een bijzondere curator om de belangen van het kind te behartigen en de situatie te monitoren. De verdere behandeling van het verzoek tot wijziging van verblijf wordt aangehouden tot oktober 2022.