In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een factuur van €1.100,- voor de aanschaf en installatie van een nieuwe cv-ketel bij gedaagde. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat de ketel defect is geraakt door een ondeugdelijke reparatie door eiseres in juni 2020, waardoor hij niet tot betaling gehouden zou zijn. Tevens voert gedaagde aan dat hij een betalingsvoorbehoud heeft gemaakt door niet direct te betalen.
De kantonrechter beoordeelt dat het beroep op verrekening niet slaagt omdat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat eiseres tekort is geschoten bij de eerdere reparatie. Ook is niet gesteld dat eiseres in verzuim is gesteld. Het betalingsvoorbehoud van gedaagde wordt uitgelegd als een voorstel tot een andere wijze van betaling en niet als een afwijzing van de prijs.
De rechter oordeelt dat eiseres in opdracht van gedaagde de nieuwe ketel heeft geïnstalleerd en dat gedaagde gehouden is tot betaling van de factuur, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.