Op 4 juni 2021 is de gedaagde gevallen en bewusteloos opgenomen in het Catharina-Ziekenhuis, waar hij werd behandeld zonder zorgverzekering. Het ziekenhuis stuurde een factuur van € 6.568,62 voor de verleende zorg. De gedaagde betwistte de vordering, stellende dat het ziekenhuis zijn informatieplicht had geschonden en dat de subsidieregeling voor onverzekerden niet was toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het ziekenhuis de informatieplicht niet had geschonden, omdat de gedaagde bewusteloos was en het ziekenhuis geen contactgegevens van vertegenwoordigers had. Wel werd geoordeeld dat het ziekenhuis naliet tijdig een melding te doen bij de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden, waardoor de kosten waarschijnlijk vergoed hadden kunnen worden.
Gezien dit verzuim acht de rechtbank het onaanvaardbaar dat de gedaagde de factuur moet betalen en wijst de vordering af. Het ziekenhuis wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gedaagde. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de proceskostenveroordeling.