Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het tussenvonnis van 8 juli 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van [eiseres], met producties.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde wegens een aanzienlijke huurachterstand van € 10.246,11 tot en met augustus 2022, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde betwist de hoogte van de huurachterstand niet en heeft geen betalingsbewijzen overgelegd.
Eiseres heeft geen melding gedaan bij de gemeente zoals vereist in artikel 2 van Pro het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening, maar dit vormt op zichzelf geen reden om de ontbinding af te wijzen. De kantonrechter weegt mee dat de huurachterstand sinds dagvaarding is toegenomen tot tien maanden en dat gedaagde sinds mei 2022 geen huur meer heeft betaald, ondanks toezeggingen.
Gedaagde heeft zich aangemeld bij schuldhulpverlening, maar kon geen concreet vooruitzicht geven op betaling. De kantonrechter oordeelt dat het belang van eiseres bij ontbinding en ontruiming zwaarder weegt dan het belang van gedaagde bij behoud van het gehuurde.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagde moet binnen 14 dagen ontruimen en de achterstallige huur met rente betalen. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een maandelijkse vergoeding vanaf september 2022 tot ontruiming en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand met rente en proceskosten.