ECLI:NL:RBROT:2022:833
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit wegens onvoldoende medisch onderzoek in bezwaar WIA-uitkering
Eiseres werkte als helpende en meldde zich ziek wegens gewrichtsklachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 36,19%. Na bezwaar van de (ex-)werkgever wijzigde het UWV het besluit en stelde de arbeidsongeschiktheid op 34,03%, waardoor de uitkering werd beëindigd.
Eiseres betwistte het gewijzigde besluit en stelde dat het medisch onderzoek in bezwaar onzorgvuldig was, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar niet persoonlijk heeft onderzocht maar zich beperkte tot dossierstudie. De rechtbank oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie een spreekuurcontact in bezwaar noodzakelijk is wanneer in de primaire fase geen verzekeringsarts-contact was, tenzij dit gemotiveerd niet nodig is.
De rechtbank vond de motivering van het UWV onvoldoende, vooral omdat het dossier geen informatie van behandelaars bevatte en het ging om lichamelijke klachten die een persoonlijk onderzoek vereisten. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met een persoonlijk onderzoek door een verzekeringsarts.
Daarnaast werd het griffierecht en proceskostenvergoeding aan eiseres toegewezen. De overige beroepsgronden werden niet behandeld vanwege de gegrondheid van het beroep op het punt van het medisch onderzoek.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV-besluit vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid van het medisch onderzoek in bezwaar.