ECLI:NL:RBROT:2022:8411

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2022
Publicatiedatum
11 oktober 2022
Zaaknummer
10074509 CV EXPL 22-3400
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot betaling en rente in civiele vordering onderlinge waarborgmaatschappij

In deze civiele procedure heeft de kantonrechter verstek verleend tegen gedaagde omdat deze niet heeft gereageerd op de vordering van eiseres, een onderlinge waarborgmaatschappij. De dagvaarding was op behoorlijke wijze aan gedaagde betekend, maar hij heeft nagelaten zich te verweren.

De rechtbank heeft de vordering van eiseres beoordeeld en deze niet ongegrond of onrechtmatig bevonden. Daarom is de vordering toegewezen en is gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag van €1.023,14, vermeerderd met de wettelijke rente over €997,75 vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag van volledige betaling.

Daarnaast is gedaagde veroordeeld in de proceskosten, die tot de datum van het vonnis zijn vastgesteld op €575,74, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde. Tevens moet gedaagde een bedrag van €62,00 betalen voor kosten die eiseres na het vonnis maakt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door kantonrechter S. Wahedi.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.023,14 plus wettelijke rente en proceskosten; verstekvonnis.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 10074509 CV EXPL 22-3400
datum uitspraak: 20 oktober 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de onderlinge waarborgmaatschappij
[eiseres],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats eiseres],
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[naam gedaagde],
woonplaats: [woonplaats gedaagde],
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.

1..De procedure

Hoewel gedaagde op een behoorlijke wijze in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de vordering, heeft hij nagelaten dit te doen. Tegen gedaagde is daarom verstek verleend.
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 18 augustus 2022, met bijlagen.

2..De beoordeling

De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt daarom toegewezen.
Gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van eiseres tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 322,00 aan griffierecht en € 124,00 aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 575,74. Voor kosten die eiseres maakt na deze uitspraak moet gedaagde ook een bedrag betalen van € 62,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).

3..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 1.023,14, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over € 997,75 vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de kant van eiseres tot vandaag vastgesteld op € 575,74;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. S. Wahedi en in het openbaar uitgesproken.
53956