ECLI:NL:RBROT:2022:8411
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verstekvonnis tot betaling en rente in civiele vordering onderlinge waarborgmaatschappij
In deze civiele procedure heeft de kantonrechter verstek verleend tegen gedaagde omdat deze niet heeft gereageerd op de vordering van eiseres, een onderlinge waarborgmaatschappij. De dagvaarding was op behoorlijke wijze aan gedaagde betekend, maar hij heeft nagelaten zich te verweren.
De rechtbank heeft de vordering van eiseres beoordeeld en deze niet ongegrond of onrechtmatig bevonden. Daarom is de vordering toegewezen en is gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag van €1.023,14, vermeerderd met de wettelijke rente over €997,75 vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag van volledige betaling.
Daarnaast is gedaagde veroordeeld in de proceskosten, die tot de datum van het vonnis zijn vastgesteld op €575,74, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde. Tevens moet gedaagde een bedrag van €62,00 betalen voor kosten die eiseres na het vonnis maakt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door kantonrechter S. Wahedi.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.023,14 plus wettelijke rente en proceskosten; verstekvonnis.