De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin verzoeker bezwaar maakte tegen het toedienen van verplichte depotmedicatie door zorgaanbieder Antes Zorg B.V. De klachtencommissie verklaarde de klacht gegrond, omdat de zorgverantwoordelijke onvoldoende had onderbouwd dat verplichte zorg gerechtvaardigd was, maar wees het verzoek tot schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing.
Verzoeker stelde dat het toedienen van depotmedicatie tegen zijn wil een inbreuk maakte op zijn lichamelijke integriteit en dat hij last had van bijwerkingen. De rechtbank oordeelde dat, hoewel bijwerkingen niet waren vastgesteld, de onvrijwillige toediening op zichzelf immateriële schade oplevert. De rechtbank eerbiedigde de beslissing van de klachtencommissie over de klacht, omdat partijen geen beroep daartegen hadden ingesteld, maar vernietigde het deel over schadevergoeding.
De rechtbank kende een schadevergoeding van €600 toe, gebaseerd op drie afzonderlijke toedieningen van depotmedicatie. Proceskosten werden niet toegewezen en iedere partij draagt eigen kosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Buizer op 7 oktober 2022.