De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonbron en een huurder over een huurachterstand en de vraag of er recht bestaat op huurprijsvermindering wegens gebreken aan de gehuurde woning.
Woonbron vordert de beëindiging van de huurovereenkomst per 31 oktober 2022, betaling van de huurachterstand, rente, incassokosten en ontruiming van de woning. De huurder betwist de vordering en vordert een huurprijsverlaging van 40% wegens vermeende ernstige gebreken aan de woning, die volgens haar onvoldoende zijn hersteld.
De rechtbank oordeelt dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gebreken en wijst de vordering tot huurprijsvermindering af. De huurachterstand van € 3.739,26, rente en incassokosten worden toegewezen. De huurovereenkomst wordt beëindigd per 31 oktober 2022 en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de resterende huur tot het moment van vertrek.
Daarnaast worden de proceskosten aan de zijde van Woonbron toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.