De rechtbank Rotterdam heeft op 17 oktober 2022 uitspraak gedaan in een zaak waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling voor een schuldenaar werd beëindigd. De schuldenaar was slachtoffer geworden van identiteitsfraude, waarbij op zijn naam bankrekeningen werden geopend en fraude werd gepleegd. De schuldenaar deed aangifte van diefstal van zijn telefoon en identiteitsfraude, maar er werd geen strafrechtelijk onderzoek ingesteld vanwege onvoldoende bewijs.
Tijdens meerdere verhoren met de rechter-commissaris verklaarde de schuldenaar dat hij niet betrokken was bij de fraude en dat hij bedreigd was door twee mannen die zijn identiteit misbruikten. De transacties op de frauduleus geopende rekeningen werden ongedaan gemaakt en de slachtoffers kregen hun geld terug, waardoor er geen nieuwe schulden zijn ontstaan en geen schuldeisers zijn benadeeld.
De bewindvoerder en de rechter-commissaris gaven hun adviezen, waarbij de rechter-commissaris het verhaal van de schuldenaar geloofwaardig achtte en adviseerde de schone lei toe te kennen. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling en verleende daarom de schone lei.
De rechtbank stelde tevens het salaris van de bewindvoerder vast en bepaalde dat indien later feiten blijken die het verhaal van de schuldenaar ontkrachten, de schone lei kan worden ontnomen. De schuldenaar blijft onder beschermingsbewind staan na beëindiging van de regeling.