AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen vanwege ernstige psychische problematiek van de moeder
De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 oktober 2022 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. De moeder kampt met ernstige psychische problematiek, waaronder stemmingswisselingen, somberheidsklachten en suïcidale uitingen, waardoor zij onvoldoende in staat is om de belangen van haar kinderen te waarborgen. De kinderen woonden tijdelijk bij hun grootmoeders vanwege de onveilige thuissituatie, maar wonen inmiddels weer bij hun vader.
De Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond ondersteunen het verzoek en benadrukken het belang van voortdurende betrokkenheid van de GI, onder meer door aanmelding van de kinderen bij een KOPP-groep en het opstellen van een hulpverleningsplan voor de moeder. Zowel de moeder als de vader stemmen in met de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en dat de wettelijke criteria van artikel 1:255 BWPro zijn vervuld. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden uitgesproken, met als doel de belangen van de kinderen te beschermen en passende hulpverlening in te zetten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de twee minderjarige kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling voor de duur van twaalf maanden.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/644677 / JE RK 22-2176
datum uitspraak: 14 oktober 2022
beschikking ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[minderjarige01] ,
geboren op [geboortedatum01] 2014 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen [voornaam minderjarige01] ,
[minderjarige02] ,
geboren op [geboortedatum02] 2017 te [geboorteplaats02] , hierna te noemen [voornaam minderjarige02] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder01] ,
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats01] ,
[naam vader01] ,
hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats01] .
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 16 september 2022, ingekomen bij de griffie op 16 september 2022.
Op 14 oktober 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder,
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam01] ,
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), mw. [naam02] .
De feiten
Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] wonen bij de ouders.
Bij beschikking van 22 juli 2022 zijn [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] voorlopig onder toezicht gesteld tot 22 oktober 2022.
Het verzoek
De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] verzocht voor de duur van twaalf maanden.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De kinderen hebben door de persoonlijke problematiek van de moeder veel meegemaakt in de thuissituatie. De moeder is inmiddels opgenomen en de kinderen wonen nu met hun vader in de woning. De Raad acht het van belang dat de GI betrokken blijft om de belangen van de kinderen te waarborgen en om de hulpverlening die nodig is in te zetten.
Het standpunt van de GI
De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. Er is een aanvraag gedaan voor een voorziening voor beschermd wonen voor de moeder. Daarnaast moet er een duidelijk plan komen voor de hulpverlening aan de moeder. Dat is van belang voor de omgangsregeling met de kinderen. De kinderen zullen worden aangemeld voor een KOPP-groep (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen).
Het standpunt van belanghebbenden
De moeder heeft aangegeven dat zij hoopt dat er snel een plek binnen een voorziening voor beschermd wonen wordt gevonden. Sinds de moeder is opgenomen, ziet zij de kinderen niet. Door haar psychische problemen voelt zij geen emotie. De moeder is het eens met een ondertoezichtstelling.
Desgevraagd heeft ook de vader aangegeven dat hij het eens is met het verzoek. De vader heeft veel aan de hulp van de GI.
De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Bij de moeder is sprake van ernstige psychische problematiek in de vorm van stemmingswisselingen, somberheidsklachten en suïcidale gedachten en uitingen. De moeder doet aan automutilatie. Door haar problematiek lukt het de moeder onvoldoende om de belangen van de kinderen voorop te stellen. De vader is - naast zijn zorgen over de moeder - onvoldoende in staat om de zorgen over de kinderen weg te nemen. De kinderen hebben tijdelijk bij hun oma’s verbleven, omdat de thuissituatie te onveilig was geworden. Inmiddels is de moeder opgenomen bij Antes en is zij in afwachting van een plaatsing binnen een voorziening voor beschermd wonen. De kinderen kunnen daardoor weer bij de vader wonen. De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk, zodat een jeugdbeschermer de belangen van de kinderen kan behartigen, de kinderen kan aanmelden voor een KOPP-groep en kan beoordelen of verdere hulp voor het gezin moet worden ingezet.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 vanPro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt [voornaam minderjarige01] en [voornaam minderjarige02] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 14 oktober 2022 tot 14 oktober 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2022.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 oktober 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.