De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [voornaam minderjarige01] voor de duur van de ondertoezichtstelling. Het verzoek betrof een plaatsing in een weekendpleeggezin, waarbij de minderjarige enkele weekenden per maand buiten huis zou verblijven om de moeder meer rust en aandacht te geven.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en woont samen met de minderjarige. Zij stemde tijdens de zitting in met het voorstel om de minderjarige incidenteel in een weekendpleeggezin te plaatsen, rekening houdend met de dagbesteding, omgangsregeling met de vader en contact met de broer. De moeder stelde dat de regeling ook in onderling overleg kan plaatsvinden zonder dat een machtiging noodzakelijk is.
De kinderrechter constateerde dat de thuissituatie is verbeterd en dat de moeder steeds beter omgaat met het pubergedrag van de minderjarige. Gezien de instemming van de moeder en de verbeterde situatie achtte de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing niet noodzakelijk en wees het verzoek af.
De beschikking werd op 14 oktober 2022 mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 25 oktober 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.