Partijen sloten in mei 2018 een huurovereenkomst voor een woning in Rotterdam. In april 2021 werd bij een politie-inval in de berging van de woning de aanwezigheid van vuurwapens en onderdelen daarvan vastgesteld. Woonbron vorderde daarop ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens overtreding van de algemene huurvoorwaarden.
De huurder betwistte kennis van de wapens en stelde dat alleen onderdelen waren aangetroffen, niet in de woning zelf, en dat er geen bestuursdwang was opgelegd. Ook stelde hij dat het een eenmalig incident betrof en dat het belang om in de woning te blijven zwaarder woog dan dat van Woonbron.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de wijkagent dat er daadwerkelijk vuurwapens waren aangetroffen, niet is weersproken. De huurder is hoofdelijk aansprakelijk voor wat zich in de woning en berging bevindt, ook als derden toegang hadden. De overtreding van de huurvoorwaarden rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen 14 dagen. De huurder moet huur blijven betalen tot de maand van ontruiming. De proceskosten worden aan de huurder en medehuurder toegewezen, met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.