AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing subsidieaanvraag BOSA voor scoutingvereniging wegens niet voldoen aan definitie amateursportorganisatie
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres, een overkoepelende scoutingorganisatie, beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag voor bouwfase 3 van een nieuw scoutcentrum onder de Subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA).
Eerder waren voor bouwfases 1 en 2 wel subsidies verleend, maar verweerder heeft duidelijk gemaakt dat scoutingverenigingen niet kwalificeren als amateursportorganisaties zoals bedoeld in de BOSA. De rechtbank bevestigt dat de doelstelling van scouting niet het ter beschikking stellen van sportaccommodaties is, waardoor de subsidieaanvraag terecht is afgewezen.
Eiseres stelde dat het eerdere subsidieverleningen en haar SBI-code rechtvaardiging boden voor subsidie, en dat het rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel geschonden zijn. De rechtbank oordeelt echter dat eerdere subsidieverleningen een fout waren die niet herhaald hoeft te worden, dat er geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond en dat de afwijzing geen onevenredige gevolgen heeft.
Ook is geen reden gezien om de hardheidsclausule toe te passen of nadeelcompensatie te verlenen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de subsidieaanvraag onder de BOSA voor de scoutingvereniging.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/2250
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
en
de minister voor Langdurige Zorg en Sport, verweerder,
gemachtigden: mr. M.W.J.J. Netten en mr. M. Feldman.
Procesverloop
Bij besluit van 4 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om subsidie in het kader van de Subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) afgewezen.
Bij besluit van 4 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2022. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door [persoon A] en [persoon B] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
1.1
In 2020 zijn vier scoutingorganisaties gestart met de bouw van een kindvriendelijk, energieneutraal, multifunctioneel en integraal toegankelijk scoutcentrum. Deze vier organisaties hebben zich verenigd in de [naam eiseres] (eiseres) die zich ten behoeve van de collectieve inkoop en realisatie van het nieuwbouwproject opwerpt als penvoerder en overkoepelend regisseur. Vanwege de omvang heeft eiseres ervoor gekozen gefaseerd uitvoering te geven aan het project en gefaseerd subsidie aan te vragen.
1.2
Bij besluiten van 25 september 2020 en 24 november 2020 heeft verweerder eiseres ten behoeve van de bouwfases 1 en 2 subsidie verleend op grond van de BOSA.
1.3
Bij besluit van 18 mei 2021 heeft verweerder eiseres opnieuw subsidie verleend. Daarbij heeft verweerder overwogen dat scoutingverenigingen niet in aanmerking komen voor een BOSA-subsidie omdat deze niet vallen onder de definitie van een amateursportorganisatie in artikel 1 vanPro de BOSA. In het verleden is per abuis wel subsidie verstrekt aan scoutingverenigingen. Met ingang van 1 oktober 2020 wordt aan deze verenigingen geen subsidie meer verstrekt. Het vertrouwens-, rechtszekerheids- en het evenredigheidsbeginsel leiden in dit geval echter wel tot subsidieverlening als een eenmalige uitzondering. Bij eventuele nieuwe aanvragen kan er niet meer op worden vertrouwd dat opnieuw subsidie zal worden verstrekt.
1.4
Op 13 oktober 2021 heeft eiseres verweerder verzocht haar in het kader van de BOSA subsidie te verlenen ter hoogte van € 124.999,66. Deze aanvraag volgt op de eerder toegezegde bouwfases en richt zich specifiek op bouwfase 3 van het nieuwbouwproject.
2. Bij het primaire besluit, zoals gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder de subsidieaanvraag afgewezen. Daaraan ligt ten grondslag dat verweerder op grond van de BOSA geen subsidie aan scoutingverenigingen kan verlenen omdat deze niet voldoen aan de definitie van een amateursportorganisatie in artikel 1 vanPro de BOSA. In het verleden is per abuis subsidie verleend aan scoutingverenigingen, maar deze fout hoeft niet te worden herhaald. Nu bij besluit van 18 mei 2021 uitdrukkelijk te kennen is gegeven dat nieuwe aanvragen van eiseres niet meer zullen worden ingewilligd, is geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen dat ook deze aanvraag toegewezen zou worden. Daarnaast is niet gebleken dat de afwijzing van de subsidieaanvraag onevenredige gevolgen heeft voor eiseres.
3. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte haar subsidieaanvraag heeft afgewezen. Daartoe betoogt zij dat scouting beweging stimuleert en dat [naam eiseres] een bijdrage heeft geleverd aan het Nationaal Sportakkoord zodat haar activiteiten goed aansluiten bij het doel van de BOSA. Het is dan ook niet vreemd om scouting binnen de definitie van amateursportorganisatie te brengen, zoals kennelijk ook in eerste instantie is gedaan bij de uitvoering van de BOSA, getuige de eerdere subsidieverstrekkingen. Daarbij komt dat eiseres SBI-code 93.19.9 heeft welke code is opgenomen in bijlage 2 bij de BOSA, zodat moet worden aangenomen dat eiseres voldoet aan de eisen die in de regeling worden gesteld. Dat verweerder het begrip amateursport thans anders is gaan uitleggen, terwijl de tekst van de BOSA niet is veranderd, is volgens eiseres bovendien in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Eiseres betoogt dan ook dat zij erop had mogen vertrouwen dat verweerder consequent handelt en dat het gehele nieuwbouwproject onder de BOSA zou vallen. In dit verband wijst zij naar de voorgeschiedenis in het contact met verweerder en de drie eerder ontvangen toewijzingen van subsidie voor deelprojecten van het nieuwbouwproject. Onderhavige aanvraag valt ook onder het nieuwbouwproject en in overleg met verweerder is ervoor gekozen de subsidie daarvoor gefaseerd aan te vragen. Op basis hiervan stelt eiseres dat zij erop had mogen vertrouwen dat de splitsing van de aanvragen ten behoeve van één bouwproject geen nadelige consequenties zou hebben voor de verlening. Door geen enkele compensatie te bieden voor de nadelige gevolgen van de gewijzigde uitleg van de regels handelt verweerder volgens eiseres voorts in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Daartoe wijst zij erop dat er langlopende verplichtingen met leveranciers zijn aangegaan en dat het geld waarvoor onderhavige aanvraag is gedaan al is uitgegeven. Om die reden zal de exploitatie onder druk komen te staan omdat de buffer voor de langere termijn om de exploitatiekosten te kunnen dragen nu is aangesproken voor de bouwkosten. Daarmee is er een groot risico dat eiseres niet kan voldoen aan de eis
die wordt gesteld in artikel 13, tweede lid, van de BOSA, namelijk dat de subsidieaanvrager de accommodatie gedurende 10 jaar ter beschikking blijft stellen ten behoeve van de lokale sport. Een overgangs- of compensatieregeling had dan ook volgens eiseres in de rede gelegen. Voorts wijst zij erop dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten te beoordelen of aanleiding bestaat toepassing te geven aan de in artikel 13a van de BOSA neergelegde hardheidsclausule.
De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.
4. Op grond van artikel 1 vanPro de BOSA wordt verstaan onder ‘amateursport’ activiteiten op het gebied van sport die niet worden uitgeoefend in loondienst of als bezoldigde dienst, ongeacht of er een formele arbeidsovereenkomst is opgesteld tussen de sportbeoefenaar en de sportorganisatie.
Onder ‘amateursportorganisatie’ wordt verstaan een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die als doelstelling heeft om sportaccommodaties ter beschikking te stellen aan de amateursport voor lokale gebruikers.
Onder sportaccommodatie wordt verstaan een voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport.
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de BOSA kan de minister subsidie verstrekken aan een amateursportorganisatie voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties, of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen.
Op grond van het zesde lid wordt op grond van deze regeling slechts subsidie verstrekt aan een amateursportorganisatie die in het handelsregister staat ingeschreven met een SBI-code die in bijlage 2 is opgenomen.
De minister kan op grond van artikel 13a van de BOSA een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
5. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat
scoutingverenigingen of -stichtingen niet vallen onder de definitie van amateursportorganisaties. Blijkens de definitiebepaling in de BOSA heeft een amateursportorganisatie als doelstelling om sportaccommodaties ter beschikking te stellen aan de amateursport voor lokale gebruikers. Een scoutingvereniging heeft deze doelstelling niet. Blijkens de website van [naam eiseres] is scouting een open, maatschappelijk betrokken jeugd- en jongerenorganisatie, die haar leden met het scoutingprogramma een plezierige en uitdagende vrijetijdsbesteding biedt. In dat verband organiseren scoutingverenigingen activiteiten. Weliswaar kunnen sportactiviteiten onderdeel zijn van deze activiteiten, maar sport of het ter beschikking stellen van sportaccommodaties is voor de scoutingverenigingen geen doel op zich. Dat eiseres stond ingeschreven met de SBI-code 93.19.9 (overige sportactiviteiten) laat onverlet dat zij niet als amateursportorganisatie is aan te merken. Op grond van artikel 2, zesde lid, van de BOSA zal namelijk eerst voldaan moeten zijn aan de voorwaarde dat sprake is van een amateursportorganisatie. De hoofdactiviteit van eiseres is eerder gelegen in het aanbieden van lokaal welzijnswerk, welke activiteit valt onder SBI-code 88.99.3 en waaronder zij eveneens staat ingeschreven. Deze SBI-code is overigens niet vermeld in bijlage 2 van de BOSA. Nu eiseres niet kwalificeert als amateursportorganisatie heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet onder de reikwijdte van de BOSA valt.
6.1.
In het besluit van 18 mei 2021 is eiseres erop gewezen dat de in het verleden aan haar toegekende subsidies berustten op een onjuiste interpretatie en toepassing van de BOSA. Verweerder is niet gehouden om een gemaakte fout te herhalen en (opnieuw) een onjuiste beslissing te nemen. Niettemin zal wel toetsing dienen plaats te vinden aan de, ook door eiseres ingeroepen, algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit vergt een afweging van alle door partijen naar voren gebrachte omstandigheden.
6.2
Aan de omstandigheid dat eiseres eerder ten behoeve van eerdere fasen van het bouwproject subsidies op grond van de BOSA zijn verleend heeft zij niet het gerechtvaardigd vertrouwen kunnen ontlenen dat ook de aanvraag van 13 oktober 2021 zou worden toegewezen. Hoewel de onderhavige aanvraag deel uitmaakt van hetzelfde bouwproject, hetgeen bij verweerder bekend was, is sprake van een duidelijk te onderscheiden afzonderlijke aanvraag die door verweerder op zichzelf dient te worden beoordeeld. Dat eerdere aanvragen zijn toegekend biedt dan ook geen zekerheid dat een toekomstige aanvraag ook kan worden gehonoreerd. Zo kan het subsidieplafond zijn bereikt of kunnen zich andere omstandigheden voordoen waarom een aanvraag niet voor subsidie in aanmerking komt. Verweerder heeft ook nimmer de toezegging gedaan dat iedere aanvraag ten behoeve van het bouwproject zal worden toegewezen. Daarbij komt dat eiseres er sinds het besluit van 18 mei 2021 van op de hoogte was dat verweerder een scoutingvereniging niet langer als een amateursportorganisatie op grond van de BOSA kwalificeert. Gelet hierop bestaat geen grond voor de conclusie dat afwijzing van de aanvraag in strijd komt met het rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel.
6.3
Evenmin bestaat grond voor het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag onevenredige gevolgen heeft voor eiseres. Eiseres heeft weliswaar aangevoerd, en ter zitting toegelicht, dat zij langdurige verplichtingen is aangegaan met leveranciers en dat zij het geld voor de bouwfase al heeft uitgegeven, maar zij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de afwijzing tot gevolg heeft dat het bouwproject niet afgemaakt kan worden of de exploitatie niet voortgezet kan worden. Evenmin is gebleken dat de afwijzing onevenredige financiële gevolgen voor eiseres heeft. Dat de afwijzing een financiële tegenvaller voor eiseres betekent is evident, maar onevenredige gevolgen daarvan zijn onvoldoende gebleken. Dit brengt tevens met zich dat verweerder niet gehouden was om eiseres op grond van het evenredigheidsbeginsel in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht een schadevergoeding te betalen of om te voorzien in een compensatie- of overgangsregeling.
6.4
Gelet op het vorenstaande heeft verweerder de aanvraag van eiseres om subsidie op grond van de BOSA mogen afwijzen en is sprake van een rechtmatig besluit. In artikel 13a van de BOSA heeft verweerder geen reden hoeven zien om een ander besluit te nemen. Mede gelet op hetgeen in 6.3 is overwogen is van een onbillijkheid van overwegende aard evenmin gebleken.
7. Dit betekent niet dat daarnaast geen aanleiding kan bestaan voor schadevergoeding op grond van het égalité-beginsel, indien aan de criteria voor toepassing daarvan wordt voldaan; vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 8 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ1762 en van 30 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3633.
In dit geval bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder eiseres ten onrechte geen nadeelcompensatie heeft aangeboden. Daartoe is van belang dat voor alle scoutingverenigingen of -stichtingen geldt dat zij per 1 oktober 2020 niet langer in aanmerking komen voor subsidie op grond van de BOSA. Daarbij komt dat eiseres er rekening mee had moeten en kunnen houden dat haar aanvraag om subsidie afgewezen zou kunnen worden en valt het niet verlenen van de subsidie binnen haar risicosfeer. Evenmin is, mede gelet op hetgeen onder 6.3 is overwogen, aannemelijk geworden dat de door eiseres gestelde schade zo ingrijpend is dat deze buiten het normale maatschappelijke risico valt.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.S.J. Letschert, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 22 november 2022[v].
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.