BridgeFund vordert betaling van een lening en bijkomende kosten van [gedaagde01], die zich naar BridgeFund zou hebben borg gesteld voor de schuld van twee vennootschappen. De borgtochtovereenkomst was elektronisch ondertekend door [gedaagde01], maar hij betwist de authenticiteit van deze elektronische handtekening.
De rechtbank beoordeelt de betrouwbaarheid van de elektronische handtekening aan de hand van de eidas-verordening en artikel 3:15a BW. BridgeFund slaagt er niet in voldoende feiten en bewijs te leveren dat de elektronische handtekening voldoet aan de wettelijke vereisten voor betrouwbaarheid. Het gebruikte ondertekeningssysteem is onvoldoende bestand tegen misbruik, mede doordat het zakelijke e-mailadres ook door anderen werd gebruikt.
BridgeFund brengt geen bewijs aan dat de handtekening gekwalificeerd is en levert het bewijsaanbod te laat en onvoldoende concreet in. Hierdoor kan de borgtochtovereenkomst niet als rechtsgeldig tot stand gekomen worden beschouwd. De vordering wordt daarom afgewezen en BridgeFund wordt veroordeeld in de proceskosten.