ECLI:NL:RBROT:2023:10337

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
10642595 HA VERZ 23-54
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 onder e BWArt. 7:670a lid 1 BWArt. 288 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet-naleving re-integratieverplichtingen door zieke werknemer

De werknemer trad op 6 maart 2023 in dienst bij Buhlmann Netherlands B.V. en meldde zich op 19 april 2023 ziek. Na een korte periode werken meldde hij zich opnieuw ziek op 28 april 2023. Ondanks meerdere pogingen van Buhlmann om contact te krijgen en schriftelijke waarschuwingen, bleef de werknemer onbereikbaar en verscheen niet bij de bedrijfsarts. Buhlmann schortte het loon op en vroeg een deskundigenoordeel aan bij het UWV, dat concludeerde dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren.

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld door zijn re-integratieverplichtingen niet na te komen, waardoor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden (e-grond) gerechtvaardigd is. Het opzegverbod wegens ziekte staat niet in de weg omdat de werkgever schriftelijk heeft aangemaand en loon heeft opgeschort.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 11 november 2023, zonder rekening te houden met een opzegtermijn vanwege het ernstig verwijtbare gedrag van de werknemer. Daarnaast wordt de werknemer veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 11 november 2023 wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 10642595 HA VERZ 23-54
datum uitspraak: 10 november 2023
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Buhlmann Netherlands B.V., (voorheen Dylan Staal Netherlands B.V),
vestigingsplaats: Dordrecht,
verzoekster,
gemachtigde: mr. M.J. van Buren,
tegen
[verweerder01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
verweerder,
die niet heeft gereageerd.
Partijen worden hierna “Buhlmann” en “ [verweerder01] ” genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van Buhlmann (ontvangen op 2 augustus 2023), met bijlage;
  • de brief van mr. Van Buren van 20 oktober 2023 met bijlagen (1 tot en met 11).
1.2.
Op 3 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [naam01] , HR-adviseur bij Buhlmann, en mr. M. van Buren . [verweerder01] is, hoewel behoorlijk opgeroepen per exploot en aangetekende brief, niet verschenen.

2.De zaak

2.1.
Buhlmann verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met haar werknemer [verweerder01] te ontbinden omdat hij niet bereikbaar is geweest na zijn ziekmelding in april 2023, ondanks meerdere contactpogingen van Buhlmann, twee schriftelijke waarschuwingen en een loonopschorting, en zonder bericht ook niet is verschenen bij de bedrijfsarts.

3.De beoordeling

3.1.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is [1] . Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van een redelijke grond, te weten verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder01] , waardoor het niet redelijk is om de arbeidsovereenkomst voort te laten duren (een e-grond) [2] . De arbeidsovereenkomst tussen Buhlmann en [verweerder01] wordt daarom ontbonden met ingang van vandaag. Deze beslissing wordt hierna uitgelegd.
[verweerder01] heeft verwijtbaar gehandeld (e-grond)
3.2.
[verweerder01] is met ingang van 6 maart 2023 in dienst getreden bij Buhlmann als Warehouse Worker. Op 19 april 2023 meldt [verweerder01] zich ziek en, na een aantal dagen te hebben gewerkt, op 28 april 2023 opnieuw. Een arbeidsongeschikte werknemer heeft verplichtingen die er kort gezegd op neerkomen dat een zieke werknemer moet meewerken aan zijn re-integratie. De kantonrechter is van oordeel dat [verweerder01] die verplichtingen onvoldoende is nagekomen, gelet op het volgende.
3.3.
Buhlmann probeert na de ziekmelding contact met [verweerder01] te krijgen, maar dat lukt niet. Buhlmann geeft [verweerder01] daarom per brief van 25 mei 2023 [3] een officiële waarschuwing om de verzuimregels na te komen en roept hem op om zich uiterlijk op 31 mei 2023 op het werk te melden. [verweerder01] meldt zich niet en Buhlmann geeft hem per brief van 31 mei 2023 een tweede officiële waarschuwing [4] . In deze brief roept Buhlmann [verweerder01] op om zich uiterlijk op 5 juni 2023 op het werk te melden, bij gebreke waarvan Buhlmann een derde en laatste waarschuwing zal geven en het loon met onmiddellijke ingang zal opschorten. Ook op
5 juni 2023 verschijnt [verweerder01] niet op het werk, waarna Buhlmann hem per brief van die datum bericht dat zij per direct het loon opschort [5] . [verweerder01] is vervolgens opgeroepen voor het spreekuur van de arbo-arts op 9 juni 2023, maar ook daar verschijnt hij niet. Buhlmann vraagt dan op 11 juli 2023 een deskundigenoordeel bij het UWV aan. Het UWV komt in zijn rapport van 26 juli 2023 tot het oordeel dat de re-integratie-inspanningen van [verweerder01] niet voldoende zijn [6] . Alle brieven en oproepen zijn verstuurd naar het adres dat [verweerder01] zelf bij zijn indiensttreding heeft opgegeven.
3.4.
Omdat [verweerder01] zijn re-integratieverplichtingen niet is nagekomen, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van verwijtbaar handelen en/of nalaten. Herplaatsing van [verweerder01] ligt onder deze omstandigheden niet in de rede. Het opzegverbod wegens ziekte staat niet in de weg aan ontbinding, omdat Buhlmann [verweerder01] schriftelijk heeft aangemaand om zijn re-integratieverplichtingen na te komen en het loon heeft opgeschort [7] .
[verweerder01] valt een ernstig verwijt te maken
3.5.
De kantonrechter houdt bij de ontbindingsdatum geen rekening met de opzegtermijn, omdat [verweerder01] zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen jegens Buhlmann. [verweerder01] was immers tijdens zijn ziekte steeds niet bereikbaar en heeft de controlevoorschriften niet nageleefd, ook niet na toepassing van een loonsanctie. Er zijn geen aanwijzingen dat hier een gegronde reden voor was. Ook in deze procedure is [verweerder01] niet verschenen en heeft hij geen redenen voor zijn nalaten aangevoerd. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van morgen (11 november 2023).
Proceskosten
3.6.
[verweerder01] moet de proceskosten betalen omdat hij zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Buhlmann tot vandaag vast op € 128,- aan griffierecht en € 793,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 921,-. Voor kosten die Buhlmann maakt na deze uitspraak moet [verweerder01] een bedrag betalen van € 132,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In deze beschikking hoeft hierover niet apart te worden beslist [8] .
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.7.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard [9] .

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst per 11 november 2023;
4.2.
veroordeelt [verweerder01] in de proceskosten, die aan de kant van Buhlmann tot vandaag worden vastgesteld op € 921,-;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Joele en in het openbaar uitgesproken.424

Voetnoten

1.artikel 7:669 lid 1 BW Pro
2.artikel 7:669 lid 3 onder Pro e BW
3.Bijlage 4 bij de brief van mr. Van Buren van 20 oktober 2023
4.Bijlage 6 bij de brief van mr. Van Buren van 20 oktober 2023
5.Bijlage 7 bij de brief van mr. Van Buren van 20 oktober 2023
6.Bijlage 10 bij de brief van mr. Van Buren van 20 oktober 2023
7.Artikel 7:670a lid 1 BW
8.Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853
9.Artikel 288 Rv Pro