ECLI:NL:RBROT:2023:10386
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen korting Ziektewetuitkering wegens inkomsten uit arbeid
Eiseres, werkzaam als internist allergoloog, ontving vanaf 3 september 2018 een Ziektewetuitkering. Verweerder stelde in oktober 2020 vast dat eiseres van 20 januari tot en met 16 augustus 2020 naast haar uitkering ook inkomsten uit arbeid had, waarop de ZW-uitkering werd gekort. Eiseres voerde aan dat zij met goedkeuring parttime werkte onder het maatmaninkomen en dat zij mocht vertrouwen op mededelingen van het UWV dat dit geen gevolgen zou hebben voor haar uitkering.
De rechtbank stelde vast dat het feit dat eiseres inkomsten uit arbeid ontving niet ter discussie stond en dat deze inkomsten volgens artikel 31 ZW Pro in mindering moesten worden gebracht. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat uit de contacten met de arbeidsdeskundige en re-integratiebegeleider niet kon worden afgeleid dat er toezeggingen waren gedaan dat de uitkering niet zou worden gekort. Bovendien waren deze functionarissen niet bevoegd om de hoogte van de uitkering vast te stellen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de uitkering had gekort en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter N. Boonstra op 10 november 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de korting op de Ziektewetuitkering wegens inkomsten uit arbeid.