ECLI:NL:RBROT:2023:10401
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen WOZ-waardering hoekwoning en schadevergoeding overschrijding termijn
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn hoekwoning, vastgesteld op €219.000,- voor het belastingjaar 2021, en stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld op €192.000,-. Tevens stelt eiser dat verweerder niet alle gevraagde stukken in bezwaar heeft verstrekt, wat volgens hem in strijd is met artikel 40, tweede lid, Wet WOZ.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht om alle gevraagde stukken aan eiser te verstrekken, onder meer via een WeTransfer met 126 items die door eiser zijn gedownload. Eiser heeft niet concreet aangegeven welke stukken ontbreken, waardoor geen sprake is van strijd met de wet.
Met het overgelegde taxatierapport en de toelichting acht de rechtbank de gehanteerde vergelijkingsobjecten en de indexeringsmethode aanvaardbaar. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de staat van de voorzieningen van de woning zodanig gedateerd is dat dit de waarde negatief beïnvloedt. Verweerder heeft bovendien voldoende contact gezocht om aanvullende informatie te verkrijgen.
De rechtbank concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat eiser de vergoeding aan zijn gemachtigde heeft overgedragen en daardoor zelf geen recht op vergoeding heeft.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.