Partijen sloten een raamovereenkomst waarbij gedaagde als installateur verantwoordelijk was voor een sluitende voorraadadministratie van materialen. Eiseres stelde een voorraadverschil vast en vorderde schadevergoeding. Gedaagde leverde de voorraad terug, behalve een stapel zijplaten die eiseres niet heeft opgehaald.
De rechtbank oordeelde dat het voorraadverschil voldoende vaststond en dat gedaagde op grond van de overeenkomst aansprakelijk is. Gedaagde had niet tijdig bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van het verschil en ook niet gereageerd op aanmaningen. De gevorderde schade, rente en buitengerechtelijke kosten werden toegewezen.
In reconventie vorderde gedaagde vergoeding van werkelijke kosten voor 26 no shows, maar de rechtbank wees dit af omdat eiseres al de overeengekomen standaardvergoeding had betaald en geen grondslag bestond voor extra vergoeding.
De proceskosten werden aan de zijde van eiseres vastgesteld en gedaagde werd veroordeeld tot betaling daarvan. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.