Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 maart 2023, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
- de akte van [eiser01] , met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over de betaling van opslagkosten voor scheepsmallen die op het terrein van eiser zijn opgeslagen. Partijen hadden mondeling afgesproken dat gedaagde maandelijks vooruit € 762,30 inclusief btw zou betalen voor de opslag. Vanaf mei 2021 ontstond een betalingsachterstand.
De kern van het geschil is of gedaagde zijn rechten en verplichtingen uit het contract heeft overgedragen aan een derde partij gevestigd in IJsland. Gedaagde stelt dat dit het geval is, waardoor hij niet meer aansprakelijk zou zijn voor de opslagkosten. Eiser betwist dit en vordert betaling van de achterstallige opslagkosten, rente, incassokosten en toekomstige opslagkosten zolang de mallen op zijn terrein zijn.
De kantonrechter oordeelt dat de contractsoverneming niet heeft plaatsgevonden omdat niet is voldaan aan het wettelijke vereiste van een akte tussen de overdragende en overnemende partij. De aangevoerde appjes en e-mails zijn niet voldoende, en de onleesbare 'barter agreement' is niet tijdig of duidelijk overgelegd. De discussie over de kennis van eiser over de overdracht is juridisch irrelevant zonder de vereiste akte.
Daarom blijft gedaagde contractspartij en is hij gehouden tot betaling van de achterstallige opslagkosten van € 13.353,56 met wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten van € 908,54, en de maandelijkse opslagkosten vanaf januari 2023 zolang de mallen op het terrein staan. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde is gehouden tot betaling van achterstallige opslagkosten, rente, incassokosten en toekomstige opslagkosten wegens ontbreken van geldige contractsoverneming.