ECLI:NL:RBROT:2023:10580

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23-619 en FT EA 23-620
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Artikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing en vaststelling ingangsdatum wettelijke schuldsaneringsregeling

Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) wegens hun onvermogen om hun schulden te voldoen. De rechtbank constateert dat verzoekers zijn opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kunnen voortgaan met betaling van hun schulden. Het verzoek voldoet aan de formele eisen en er zijn geen gronden voor afwijzing.

Ten aanzien van de ingangsdatum van de regeling verzochten verzoekers deze te stellen op 6 mei 2022 of 6 oktober 2022. De rechtbank analyseerde het saldo-overzicht van het boedelactief en constateerde dat verzoekers vanaf 6 mei 2022 tot september 2023 een bedrag van €50.428,24 hadden moeten reserveren, maar slechts €17.455,67 hadden gespaard. Op basis van het maandelijks te reserveren bedrag (€2.966,37) stelt de rechtbank de ingangsdatum vast op 6 april 2023, vijf maanden voor de uitspraakdatum.

De rechtbank bevestigt haar bevoegdheid op grond van artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848, benoemt een rechter-commissaris, stelt de looptijd van de regeling op achttien maanden en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Tevens geeft zij de bewindvoerder last tot het openen van aan schuldenaren gerichte brieven en telegrammen.

De uitspraak is gedaan door rechter B.A. Cnossen en griffier S.B.M. Caciano op 6 oktober 2023. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na datum uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de Wsnp toe en stelt de ingangsdatum vast op 6 april 2023.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer 1] + [nummer 2]
uitspraakdatum: 6 oktober 2023
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ;
verzoeker;
en
[verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ;
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekers hebben een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Schuldhulpverlening heeft op 22 september 2023 nadere stukken overgelegd.
Ter zitting van 29 september 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • de heer [verzoeker] , verzoeker;
  • mevrouw [verzoekster] , verzoekster;
  • de heer [persoon A] , werkzaam bij Noordzij Bewindvoerders (hierna: schuldhulpverlening );
  • mevrouw S. Richards, werkzaam bij Noordzij Bewindvoerders (hierna: beschermingsbewindvoerder).
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekers verkeren in de toestand dat zij hebben opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zullen kunnen voortgaan met betaling van hun schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoekers zullen daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Door verzoekers is verzocht om de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast te stellen op 6 mei 2022 (datum eerste aflossing) dan wel 6 oktober 2022. De rechtbank ziet aanleiding om een eerdere ingangsdatum vast te stellen, maar wijkt daarbij af van de door verzoekers verzochte ingangsdatum. De rechtbank stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 6 april 2023 en licht dit als volgt toe. Op het recente saldo overzicht boedelactief is te zien hoeveel verzoekers vanaf datum eerste aflossing op 6 mei 2022 tot en met september 2023 (dus over een periode van zeventien maanden) hadden moeten reserveren voor de schuldeisers en hoeveel zij werkelijk hebben gereserveerd. Volgens het overzicht moesten verzoekers (indien er geen sprake was van beslag: beslag geldt in dit kader immers niet als een aflossing) een bedrag van € 50.428,24 op de boedelrekening hebben gespaard voor de schuldeisers. Gelet hierop komt de rechtbank op een bedrag van (€ 50.428,24 / 17 maanden) € 2.966,37 dat maandelijks gespaard had moeten worden voor de schuldeisers. Aangezien er thans een bedrag van € 17.455,67 is gereserveerd, zal de rechtbank de ingangsdatum van de regeling vaststellen op 6 april 2023, namelijk vijf maanden vóór de datum van deze uitspraak (€ 17.455,67 / € 2.966,37 = 5 (in hele maanden)).
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekers in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ;
en
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum 2] 1972 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ;
- stelt de termijn van de regeling van verzoekers vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 6 april 2023, waardoor deze termijn eindigt op 6 november 2024;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen
en tot bewindvoerder L. Hordijk,
gevestigd te Postbus 68,
2650 AB Berkel en Rodenrijs;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/14e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van
mr. S.B.M. Caciano, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2023. [1]