ECLI:NL:RBROT:2023:10587

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 oktober 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23/738
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848FaillissementswetArtikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling met verkorte looptijd

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot voortzetting van betalingen. Schuldhulpverlening heeft nadere stukken overgelegd en verzoekster is ter zitting gehoord samen met haar budgetmaatje en een vertegenwoordiger van de Kredietbank Rotterdam.

De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de regeling en stelt vast dat zij is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van haar schulden. De rechtbank wijkt af van de door verzoekster voorgestelde ingangsdatum van 26 mei 2023 en stelt deze vast op 26 augustus 2023, omdat slechts twee maanden daadwerkelijk is gespaard voor gezamenlijke schuldeisers tijdens het minnelijk traject.

De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op achttien maanden vanaf de ingangsdatum. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De bewindvoerder krijgt last tot het openen van aan verzoekster gerichte post. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een looptijd van achttien maanden vanaf 26 augustus 2023.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 26 oktober 2023
[verzoekster],
wonende te [adres],
[woonplaats];
verzoekster;

1.De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Schuldhulpverlening heeft op 31 augustus 2023 nadere stukken overgelegd.
Verzoekster heeft op 10 oktober 2023 nadere stukken overgelegd.
Ter zitting van 19 oktober 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • J. Hoogendoorn, budgetmaatje (hierna: budgetmaatje);
  • N.D. Hollander, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoekster zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ten aanzien van de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank als volgt. Door verzoekster is verzocht om de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast te stellen op 26 mei 2023 (datum eerste aflossing). De rechtbank ziet aanleiding om een eerdere ingangsdatum vast te stellen, maar wijkt daarbij af van de door verzoekster verzochte ingangsdatum. De rechtbank stelt de ingangsdatum van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling vast op 26 augustus 2023 en licht dit als volgt toe. Op het mutatieoverzicht van de Kredietbank Rotterdam is te zien dat er twee aflossingen zijn verricht. Een eerste aflossing op 26 mei 2023 van € 5.923,84 en een tweede aflossing op 26 juni 2023 van € 1.092,13. In de maanden daarna zijn er geen aflossingen meer verricht, doordat het minnelijk traject is beëindigd door de Kredietbank Rotterdam, omdat het minnelijk traject was afgerond.
In de maanden mei en juni 2023 had, rekening houdend met het inkomen van verzoekster en het voor haar geldende vrij te laten bedrag, naar het oordeel van de rechtbank een bedrag van € 2.524,25 gespaard moeten worden voor de schuldeisers. Hieraan is door verzoekster voldaan. Zij heeft tijdens het minnelijk traject in totaal zelfs een bedrag van € 7.015,97 gespaard, maar dat is niet geheel ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Ten aanzien van de aflossing in mei 2023 oordeelt de rechtbank dat het afgeloste gedeelte dat betrekking heeft op het ontvangen kindgebonden budget van de Belastingdienst niet als aflossing voor de gezamenlijke schuldeisers gezien kan worden, omdat hiervoor mogelijk nog een terugvordering volgt vanuit de Belastingdienst. Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken volgt dat ook schuldhulpverlening daarvan uitgaat. De rechtbank zal de ingangsdatum van de regeling dan ook vaststellen op 26 augustus 2023, zijnde twee maanden vóór de datum van deze uitspraak, omdat verzoekster twee maanden tijdens het minnelijk traject heeft gespaard voor de gezamenlijke schuldeisers.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[woonplaats];
- stelt de termijn van de regeling van verzoekster vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 26 augustus 2023, waardoor deze termijn eindigt op 26 februari 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder J. van Rijen,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/17 deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van
S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2023. [1]