ECLI:NL:RBROT:2023:10615
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschermingsbewindvoerder mag PGB van minderjarige zoon beheren binnen meerderjarigenbewind moeder
De zaak betreft de vraag of de kantonrechter ambtshalve een bewindvoerder mag benoemen voor het beheer van het persoonsgebonden budget (PGB) van de minderjarige zoon van betrokkene, die zelf onder meerderjarigenbewind staat vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand.
Betrokkene is sinds 8 augustus 2019 onder bewind gesteld, aanvankelijk wegens verkwisting en problematische schulden, later voortgezet wegens haar gezondheidstoestand. De kantonrechter oordeelt dat betrokkene niet in staat is haar eigen financiën te beheren en evenmin het PGB van haar zoon adequaat te beheren. De beschermingsbewindvoerder, tevens budgethouder van het PGB, heeft toegelicht dat het risico op slecht financieel beheer door betrokkene te groot is.
Op grond van artikel 1:253j BW, dat bepaalt dat een ouder als goed bewindvoerder moet optreden over het vermogen van het kind en aansprakelijk kan zijn bij slecht beheer, acht de kantonrechter het passend dat de beschermingsbewindvoerder het PGB beheert. Tevens wordt een extra beloning toegekend conform de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De kantonrechter wijst het meer of anders verzochte af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De beschermingsbewindvoerder mag het PGB van de minderjarige zoon beheren binnen het meerderjarigenbewind van de moeder met een extra beloning.