Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw L. Oliveira, werkzaam bij Plangroep (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw S. Podgorica, werkzaam bij Lansingh Bewind (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft op 28 september 2023 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b van de Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen bij vonnis van 19 november 2021. Verzoekster is sinds 3 oktober 2023 onder beschermingsbewind gesteld en ontvangt een ziektewetuitkering. De huur bedraagt € 769,93 per maand en de lopende termijnen worden volgens de beschermingsbewindvoerder betaald.
Verweerster, de schuldeiser, is niet verschenen noch heeft zij schriftelijk gereageerd. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en weegt het belang van verzoekster om in haar woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te kunnen voortzetten zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden vanaf 29 september 2023, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, met de mogelijkheid tot hernieuwde indiening later.
De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van het moratorium en de schuldhulpverlener dient uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uit te brengen. Hiermee krijgt verzoekster een adempauze om haar financiële situatie te stabiliseren.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.