Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer M.M. Draer, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer J. Hoogendoorn, werkzaam bij [schuldeiser].
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan vijf concurrente schuldeisers, waarbij 25,94% van de totale schuld wordt betaald via een saneringskrediet. Vier schuldeisers gingen akkoord, maar één schuldeiser, met een vordering van 35,2% van de totale schuld, weigerde mee te werken en stelde als voorwaarde dat verzoeker zijn huurwoning zou verlaten.
De rechtbank overweegt dat hoewel schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige betaling, de belangenafweging moet plaatsvinden tussen de schuldeiser die weigert en de overige schuldeisers en verzoeker. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en is goed onderbouwd. Verzoeker heeft geen inkomen boven zijn uitkering en kan niet meer bieden.
De rechtbank concludeert dat het dwangakkoord in het belang is van verzoeker en de meerderheid van de schuldeisers, en dat de weigering van de schuldeiser niet redelijk is. Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser tot instemming met de regeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. De schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn wegens het ontbreken van advocaatkosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser tot instemming met het dwangakkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.