Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 juni 2023, met bijlagen;
- het antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Partijen hadden een persoonlijke relatie die is beëindigd. Eiseres vordert terugbetaling van in totaal €4.739,25 die zij aan gedaagde heeft geleend voor onder andere levensonderhoud en rijbewijs. Zij baseert haar vordering op vijf door gedaagde ondertekende schuldbekentenissen.
Gedaagde erkent een schuld van €1.500,00 maar stelt dat hij onder dwang heeft getekend. Hij heeft slechts twee betalingen van €100 gedaan en is daarna gestopt met aflossen. De kantonrechter oordeelt dat de onderhandse akte (schuldbekentenis) dwingend bewijs oplevert en dat gedaagde onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd.
De enkele stelling van dwang is niet voldoende, zeker niet gezien het feit dat gedaagde meerdere keren een schuldbekentenis met een hoger bedrag heeft ondertekend en niet tijdig bezwaar heeft gemaakt. Daarom wordt de vordering grotendeels toegewezen, met aftrek van reeds betaalde €200. Tevens wordt wettelijke rente toegewezen en wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €4.719,25 met wettelijke rente en proceskosten.