De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van gewoontewitwassen van ruim 153 bitcoins, het startkapitaal van zijn onderneming, woningen in Amsterdam, Spanje en Australië, privéstortingen en goudbaren en munten. De officier van justitie stelde dat de bitcoins afkomstig waren van illegale handel op het darkweb en dat verdachte medepleger was van witwassen.
De rechtbank oordeelde dat er geen direct bewijs was voor een gronddelict en dat de door het OM aangedragen feiten en omstandigheden niet het vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat de bitcoins uit misdrijf afkomstig zijn. De verdachte had verklaard al sinds 2010 bitcoins te kopen met zijn salaris, hetgeen plausibel was gelet op de waardestijging van bitcoins.
De rechtbank concludeerde dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd gelast dat de in beslag genomen goederen aan verdachte worden teruggegeven. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.