In deze civiele procedure vordert eiser betaling van meerdere facturen en bijbehorende rente van Serafin Beheer B.V. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis reeds een bedrag van €8.000 toegewezen uit een factuur van 2012. Eiser mocht bewijs leveren van mondelinge opdrachten en prijsverhogingen met betrekking tot straalwerkzaamheden en steigerhuur.
Eiser bracht schriftelijke en mondelinge getuigenverklaringen in, maar slaagde niet in zijn bewijsopdracht omdat de verklaringen onvoldoende onderbouwing boden voor de gevorderde opdrachten en prijsverhogingen. Serafin bracht geen bewijs van betaling van een bedrag van €4.000 aan voor werkzaamheden aan een gevel, waardoor dit bedrag alsnog aan eiser werd toegewezen.
De kantonrechter wijst de hoofdsom van €12.000 toe, bestaande uit het eerder toegewezen bedrag en de onbetwiste €4.000. De vordering tot betaling van overige facturen wordt afgewezen. De wettelijke handelsrente wordt slechts toegekend vanaf 2 februari 2016 over het toegewezen bedrag, aangezien Serafin vanaf dat moment in verzuim is gesteld en dit niet is weersproken.
Serafin wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.931,33, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.