Stichting Trivire vordert ontbinding van de huurovereenkomst met twee huurders wegens een huurachterstand van €3.197,- en het feit dat zij de woning niet feitelijk bewonen. Eén huurder is niet verschenen en verstek is verleend, de andere huurder betwist de vordering deels maar verschijnt niet bij de mondelinge behandeling.
De kantonrechter oordeelt dat de huurders tekortschieten in hun verplichtingen, waaronder het niet betalen van huur en het niet bewonen van de woning, wat strijdig is met de algemene huurvoorwaarden. De huurder die wel verscheen, erkent de huurachterstand niet te betwisten, maar voert aan onder dwang te hebben getekend en nooit in de woning te hebben gewoond.
De rechter acht de stellingen van dwang onvoldoende onderbouwd en wijst de vorderingen toe. De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente, buitengerechtelijke kosten, gebruiksvergoeding tot ontruiming en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.