De verhuurders van een bedrijfsruimte hebben de ruimte verhuurd aan Beanzy B.V., waarin een horecakeuken en barmeubel zijn geplaatst. Na het faillissement van Beanzy heeft de curator aangekondigd de keuken en bar te willen verkopen. De verhuurders vorderen in kort geding dat de curator dit niet mag doen.
De kantonrechter stelt vast dat de keuken en barmeubel zodanig aan het gehuurde zijn bevestigd dat ze bestanddeel zijn geworden van het gehuurde en daarmee eigendom van de verhuurders. De huurovereenkomst bevat een bepaling dat aangebrachte wijzigingen en voorzieningen, ook bij faillissement, in het gehuurde achter moeten blijven.
De curator heeft onvoldoende onderbouwd dat het verwijderen van de keuken en bar schadevrij mogelijk is. Gezien het spoedeisend belang en de waarschijnlijkheid van toewijzing in een bodemprocedure, wordt de primaire eis grotendeels toegewezen. De curator wordt verboden de keuken en bar te verkopen of te verwijderen, en veroordeeld tot betaling van proceskosten.