Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde wegens ondeugdelijk uitgevoerde reparatiewerkzaamheden aan zijn auto, die volgens hem door gedaagde aan een derde partij was uitbesteed. Gedaagde betwist dit en stelt dat eiser zelf de opdracht aan die derde heeft gegeven en dat hij slechts als tussenpersoon heeft gefungeerd.
De kantonrechter onderzoekt de feiten en concludeert dat uit de offerte en verklaringen blijkt dat eiser zelf opdrachtgever was bij de derde partij en dat gedaagde de opdracht niet heeft uitbesteed. Hierdoor ontbreekt een causaal verband tussen de werkzaamheden van gedaagde en de schade van eiser.
Op grond hiervan wijst de kantonrechter zowel de primaire vordering tot schadevergoeding als de subsidiaire vordering tot herstel af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.