ECLI:NL:RBROT:2023:11090

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 mei 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23-224
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 288 FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks eerdere onbetaalde tankstationschulden

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank stelt vast dat verzoeker is opgehouden met betalen en dat het redelijk is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Hoewel verzoeker schulden heeft laten ontstaan door tanken zonder te betalen, wat niet te goeder trouw is, kan het verzoek toch worden toegewezen op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro.

De rechtbank overweegt dat verzoeker zijn onderneming heeft gestaakt, sinds september 2022 onder bewind staat, geen auto meer bezit en hulpverlening aanvaardt, waaronder een WMO-arrangement. Dit leidt tot het oordeel dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en zich zal inspannen om aan zijn verplichtingen te voldoen.

De rechtbank verklaart zich bevoegd op grond van de Europese insolventieverordening en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. Verzoeker wordt onder beschermingsbewind gesteld en dient dit tijdens de regeling te blijven.

Uitkomst: Toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks eerdere onbetaalde tankstationschulden, onder bewindstelling en met benoeming van rechter-commissaris.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer01]
uitspraakdatum: 11 mei 2023
[verzoeker01],
[adres01] ,
[postcode01] [woonplaats01] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter zitting van 11 mei 2023.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. Ook dient voldoende aannemelijk te zijn dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
In dit geval heeft de rechtbank in het bijzonder gekeken naar de recente schulden aan de verscheidene tankstations die verzoeker heeft laten ontstaan door te tanken zonder te betalen. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan, althans onbetaald gelaten, en staan, voor zover deze schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend zijn ontstaan of onbetaald gelaten, in beginsel aan toelating in de weg.
Het verzoek kan ingevolge artikel 288, derde lid, van de Fw, ondanks het ontbreken van goede trouw, wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. Verzoeker heeft zijn onderneming gestaakt, staat sinds
30 september 2022 onder bewind en is niet meer in het bezit van een auto. Bovendien aanvaardt verzoeker hulpverlening en is er een WMO-arrangement afgegeven door het Leger Des Heils voor de periode van 28 februari 2022 tot en met 26 februari 2023, hierdoor verwezenlijkt verzoeker een stabiele gedragsverandering. Door het vorenstaande is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat verzoeker de verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker01],
geboren op [geboortedatum01] -1975 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ),
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ;
[bedrijf01]
gevestigd [vestigingsadres01] , [postcode02] [vestigingsplaats01]
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder E.A. de Snoo,
gevestigd te Postbus 187,
3330 AD Zwijndrecht;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/37e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen;
- bepaalt dat schuldenaar zich onder beschermingsbewind laat stellen en tijdens de schuldsaneringsregeling onder beschermingsbewind houdt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2023.