ECLI:NL:RBROT:2023:11091
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks eerdere onbetaalde verkeersboetes
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank constateert dat verzoeker niet langer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen en dat het verzoek aan de formele eisen voldoet.
Hoewel verzoeker schulden heeft aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) uit 2021, bestaande uit verkeersboetes en strafbeschikkingen, die niet te goeder trouw zijn ontstaan, oordeelt de rechtbank dat op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro het verzoek toch kan worden toegewezen. Dit omdat verzoeker zijn situatie heeft gestabiliseerd door verkoop van zijn auto, opheffing van zijn onderneming en het instellen van beschermingsbewind.
De rechtbank stelt de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden en benoemt een rechter-commissaris. Tevens wordt een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker zijn verplichtingen uit de regeling naar behoren zal nakomen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe voor een termijn van 18 maanden.