Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.de vennootschap onder firma [eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
ROTTERDAMSCHE STENEN B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 september 2023, met producties 1 tot en met 8,
- de pleitnota van mr. Verhoef.
Rechtbank Rotterdam
Rotterdamsche Stenen B.V. legde conservatoir beslag op roerende zaken die zich bevinden in een pand gehuurd door de vennootschap onder firma [eiser 1]. De vordering waarop het beslag is gelegd, richt zich echter tegen een van de vennoten privé, [eiser 2]. Volgens de Hoge Raad kunnen schuldeisers van een vennoot niet verhalen op het afgescheiden vermogen van de vennootschap onder firma.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de in beslag genomen zaken vermoedelijk tot het vermogen van de vennootschap onder firma behoren, gelet op de huurovereenkomst en de administratie. Rotterdamsche Stenen heeft onvoldoende bewijs geleverd om deze vermoedens te weerleggen of de bewijslast om te draaien.
Daarom is het beslag onrechtmatig en dient het te worden opgeheven. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval het beslag niet binnen twee dagen wordt opgeheven. De proceskosten worden aan Rotterdamsche Stenen opgelegd, maar volledige vergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van misbruik van procesrecht.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op roerende zaken van de vennootschap onder firma wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid.