Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het beroepschrift van [appellant01] van 14 juni 2023, met één bijlage;
- de schriftelijke reactie van de curator van 17 oktober 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het hoger beroep van appellant tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de curator procesmachtiging verleende in het faillissement van Stichting. Appellant was voormalig bestuurder van de failliete stichting en strafrechtelijk veroordeeld voor gedragingen binnen die stichting. De curator stelde appellant aansprakelijk voor schade aan de boedel en vroeg de rechter-commissaris om procesmachtiging om een gerechtelijke procedure te starten.
De rechter-commissaris verleende op 9 juni 2023 mondeling de procesmachtiging aan de curator. Appellant stelde zich op het standpunt dat de beschikking vernietigd moest worden wegens gebrek aan motivering, het niet verstrekken van stukken en het niet opstellen van een proces-verbaal van de hoorzitting. De curator voerde primair aan dat appellant niet-ontvankelijk was omdat hij geen partij was bij de beschikking.
De rechtbank oordeelde dat het recht van hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris alleen toekomt aan degenen die partij zijn bij die beschikking, namelijk degene die het verzoek heeft gedaan of tot wie de beschikking is gericht. Appellant behoort niet tot deze categorieën omdat de beschikking niet tot hem is gericht en zijn rechtspositie niet wordt aangetast door de beschikking zelf. Het feit dat de curator met de machtiging een procedure tegen appellant kan starten, maakt appellant niet tot partij bij de beschikking.
Daarom verklaarde de rechtbank appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De overige aangevoerde gronden behoefden geen bespreking meer. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 22 november 2023 door de drie rechters.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de procesmachtiging aan de curator.