De rechtbank Rotterdam heeft op 18 oktober 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van verlengde invoer van ongeveer 56 kilogram cocaïne en het wederrechtelijk verblijven op een besloten terrein in de haven van Rotterdam.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte op 28 maart 2023 op het besloten terrein van een containerbedrijf in Rotterdam aanwezig was en daar met behulp van een accuschroeftol inspectieluiken van een container opende om pakketten cocaïne te verwijderen. Deze container was afkomstig uit Honduras en had eerder in de haven van Antwerpen zesenvijftig pakketten cocaïne bevatte, die waren vervangen door dummypakketten. Verdachte ontving via chats gegevens over de container en werd betaald om de pakketten te halen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte als uithaler een essentiële, zij het beperkte, rol vervulde in de keten van invoer van harddrugs. Zijn handelen was gericht op het verdere vervoer en aflevering van de cocaïne binnen Nederland, wat valt onder het begrip verlengde invoer. Ook werd vastgesteld dat het terrein waar verdachte zich bevond voldoet aan de criteria van een besloten plaats in een haven zoals bedoeld in artikel 138aa Sr.
Gezien de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op zonder voorwaardelijk deel. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.