Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft medeplegen van het in- en uitvoeren van bijna 140 kilogram cocaïne, verborgen in een container vanuit Brazilië via Nederlandse territoriale wateren naar België. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen tijdens 29 en 30 november 2013. Het hof baseerde dit op onder meer chatsessies, verkeersgegevens van mobiele telefoons en douane-informatie.
De Hoge Raad herhaalt eerdere jurisprudentie over medeplegen, waarbij nauwe en bewuste samenwerking vereist is, en benadrukt dat bij gedragingen vooral na het strafbare feit een nadere motivering noodzakelijk is. De rol van de verdachte bestond vooral uit het veiligstellen van de zending na de pleegperiode, wat onvoldoende is om medeplegen in de strafbare periode aan te tonen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het medeplegen in die periode betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest wegens onvoldoende motivering medeplegen en wijst de zaak terug naar het hof.