Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren met aftrek van voorarrest;
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10.061558.21.
4.Waardering van het bewijs
Het primair ten laste gelegde: moord of doodslag
De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte de aard van zijn vuurwapen kende, wist dat het wapen functioneerde en geladen was en dat hij zich van het gevaar van het hanteren van een dergelijk vuurwapen bewust is geweest.
Daar komt bij dat de betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte01] op dit punt ook steun vindt in een afgeluisterd telefoongesprek [2] tussen de broer van de verdachte en een onbekend gebleven persoon. In dat gesprek spreekt de broer van de verdachte namelijk over de aanwezigheid van een ‘klik en klak’ geluid dat het wapen heeft gemaakt, een geluid dat geassocieerd wordt met het doorladen van een vuurwapen.
geslagen. Had hij het slachtoffer al dan niet bewust willen doden, dan had het schieten met het al doorgeladen wapen veel meer in de rede gelegen. Dit heeft de verdachte niet gedaan.
Het subsidiair ten laste gelegde: dood door schuld
medeplegenvan het voorhanden hebben van het wapen, nu de verdachte en de medeverdachte het wapen ná elkaar voorhanden hebben gehad en dus niet gelijktijdig. Er is dan ook geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking voor wat betreft het voorhanden hebben van het wapen.
subsidiairen onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.
subsidiair
5.Strafbaarheid feiten
aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een (vuur)wapen van categorie II of III
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen benadeelde partijen
- De aard, toedracht en gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad;
- De wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan;
- De aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire en secundaire slachtoffer.
[benadeelde partij01] (moeder van het slachtoffer)
[benadeelde partij02] (vader van het slachtoffer)
[benadeelde partij03] (zus van het slachtoffer) en [benadeelde partij04] (zusje van het slachtoffer)
Erfgenaam van [slachtoffer01] (slachtoffer)
9.Vordering tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;
[benadeelde partij01],
in haar hoedanigheid van erfgenaam van [slachtoffer01] , niet-ontvankelijkin de vordering;
€ 40.124,01(zegge:
veertigduizend honderdvierentwintig euro en een cent)bestaande uit € 124,01 aan materiële schade en € 40.000,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij01]te betalen
€ 40.124,01(zegge:
veertigduizend honderdvierentwintig euro en een cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van 91 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij02]te betalen
€ 33.250(zegge:
drieëndertigduizend tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 91 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 27.577,73(zegge:
zevenentwintigduizend vijfhonderdzevenenzeventig euro en drieënzeventig eurocent) bestaande uit € 77,73 aan materiële schade en € 27.500,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij03]te betalen
€ 27.577,73(zegge:
zevenentwintigduizend vijfhonderdzevenenzeventig euro en drieënzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
91 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 27.871,16(zegge:
zevenentwintigduizend achthonderdeenenzeventig euro en zestien eurocent) bestaande uit € 371,16 aan materiële schade en € 27.500,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij04]te betalen
€ 27.871,16(zegge:
zevenentwintigduizend achthonderdeenenzeventig euro en zestien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
91 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte,
groot 3 (drie) maanden, van de bij vonnis van 18 juni 2023 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf;