In deze civiele procedure heeft de rechtbank Rotterdam op verzoek van een partij een herstelvonnis uitgesproken ter correctie van een kennelijke fout in het eerdere vonnis van 26 april 2023. De fout betrof de onjuiste vermelding van 'woonhuis' in plaats van het correcte 'onroerend goed' met betrekking tot een koopovereenkomst tussen partijen.
De rechtbank stelde vast dat de koopovereenkomst tussen gedaagde sub 4 en gedaagde sub 2 betrekking had op het achterliggende perceel en niet op het woonhuis. Dit was relevant omdat gedaagde sub 2 het achterliggende perceel daarna opnieuw had verkocht aan een derde partij, waardoor hij het niet rechtsgeldig aan gedaagde sub 4 kon verkopen.
De rechtbank heeft het verzoek tot verbetering toegewezen en de tekst in rechtsoverweging 5.48 van het vonnis van 26 april 2023 aangepast. Tevens werd bepaald dat deze correctie op de minuut van het eerdere vonnis wordt vermeld en dat partijen de ontvangen stukken van het vonnis dienen te retourneren aan de griffie.
Het herstelvonnis werd uitgesproken door drie rechters en is een formele correctie zonder inhoudelijke wijziging van de eerdere uitspraak.