Hef Wonen heeft de huurovereenkomst van een woning buitengerechtelijk ontbonden nadat de burgemeester de woning voor drie maanden sloot op basis van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van drugs, een wapen en munitie. De huurder, die op het moment van de inval niet aanwezig was en beweerde onwetend te zijn van de situatie, betwistte de ontbinding en stelde dat het besluit van de burgemeester geen stand zou houden.
De kantonrechter stelt vast dat de sluiting onherroepelijk is en dat de verhuurder bevoegd was de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden zonder dat een tekortkoming van de huurder vereist is. De huurder heeft de woning langdurig onbewoond en zonder toezicht achtergelaten, waardoor derden misbruik konden maken van de woning. Dit wordt als nalatig beoordeeld.
De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het gebruik van de ontbindingsbevoegdheid niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, ondanks het grote belang van de huurder bij behoud van de woning. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van huur over de periode na ontbinding tot ontruiming, evenals proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.