Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Procedure
- de officier van justitie, mr. M.A. van der Laan,
- de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam.
2.Verzoek
3.Toepasselijk verdrag
4.Identiteit van de opgeëiste persoon
5.Genoegzaamheid van de stukken
6.Dubbele strafbaarheid
- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, strafbaar gesteld in artikel 11b van de Opiumwet en/of
- enige vorm van deelneming aan opzettelijk handelen in strijd met (een) in artikel 2 onder Pro A, B, C en/of D van de Opiumwet gegeven verbod(en), strafbaar gesteld in artikel 10 van Pro de Opiumwet in verbinding met de artikelen 47 en/of 48 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en/of
- (medeplegen van) voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen, strafbaar gesteld bij artikel 10a van de Opiumwet (in verbinding met artikel 47 Sr Pro); en
(ten aanzien van feit 5)
- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, strafbaar gesteld bij artikel 140 Sr Pro en/of
- enige vorm van deelneming aan witwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420bis Sr in verbinding met de artikelen 47 en/of 48 Sr.
7.Geen onschuldverweer van de opgeëiste persoon
8.Verzoeken en gevoerde verweren
- wanneer de opgeëiste persoon voor het eerst in beeld kwam bij de Amerikaanse autoriteiten en waarom het (desondanks) tot september 2022 heeft geduurd voordat er een uitleveringsverzoek werd gedaan, en
- welk percentage van de personen die de afgelopen 25 jaar vanuit Nederland voor ‘federal cases’ werden uitgeleverd (gesplitst naar met en zonder terugkeergarantie) uiteindelijk koos voor een ‘trial’.
het risico van een flagrante inbreukop enig hem ingevolge deze verdragsbepalingen toekomend recht, en tevens;
toelaatbaarde uitlevering aan de Verenigde Staten van Amerika van