ECLI:NL:RBROT:2023:11563

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
8 december 2023
Zaaknummer
10524781 VZ VERZ 23-5997
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:121 BWArt. 2:8 BWArt. 288 RvArt. 289 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vervanging ramen en vernietiging besluit VvE-vergadering

De procedure betreft een geschil tussen een lid van een VvE en de VvE zelf over het vervangen van vervormde ramen in het appartement van verzoeker. Verzoeker stelt dat de ramen een gebrek vertonen dat de wettelijke marges overschrijdt en wil dat de VvE deze op haar kosten vervangt. Tijdens de VvE-vergadering van 25 april 2023 is het agendapunt hierover niet behandeld, waarna verzoeker vernietiging van dit besluit en een vervangende machtiging tot vervanging heeft gevraagd.

De rechtbank stelt vast dat de ramen gemeenschappelijke zaken zijn van de hoofdsplitsing en dat het beheer daarvan bij de gezamenlijke eigenaars ligt. Het rapport van het Kenniscentrum Glas bevestigt een beeldvertekening, maar geeft geen duidelijke conclusie dat de ramen niet voldoen aan normen of het normale gebruik van de woning onmogelijk maken. Daarom is er geen redelijk belang voor vervanging.

De rechtbank wijst het verzoek tot vernietiging van het besluit af omdat dit geen praktisch effect heeft. Ook wordt de vervangende machtiging geweigerd wegens het ontbreken van een redelijke grond voor weigering door de vergadering. Het verzoek tot terugverwijzing naar de vergadering wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag. Tot slot wordt het verzoek om de VvE op te leggen zich betamelijk te gedragen afgewezen wegens vaagheid en ongeschiktheid voor deze procedure. Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Verzoeken tot vernietiging besluit en vervangende machtiging tot vervanging ramen worden afgewezen; verzoeker wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10524781 VZ VERZ 23-5997
datum uitspraak: 20 november 2023 (bij vervroeging)
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
verzoeker,
die in persoon procedeert,
tegen
Vereniging van Eigenaars [naam VvE01] te Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
gemachtigde: mr. J. Groot Koerkamp.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker01] ’ en ‘de VvE’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift (ontvangen op 25 mei 2023), met bijlagen;
  • het verweerschrift van 27 oktober 2023, met bijlagen;
  • het gewijzigde verzoekschrift van 30 oktober 2023, met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van [verzoeker01] ;
  • de spreekaantekeningen van de VvE;
  • de e-mail van de heer [naam01] van 25 oktober 2023;
  • de e-mail van de heer [naam02] van 3 november 2023.
1.2.
Op 6 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was [verzoeker01] in persoon aanwezig. Namens de VvE waren aanwezig mevrouw [naam03] (bestuurder) en mevrouw [naam04] . Als belanghebbenden waren aanwezig mevrouw [naam05] , de heer [naam06] , mevrouw [naam07] , de heer [naam08] , de heer [naam09] en de heer [naam10] . De heer [naam11] (woontoren A) was eveneens aanwezig.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
Kort samengevat
2.1.
[verzoeker01] is deze procedure gestart omdat hij wil dat de ruiten in zijn appartement vervangen worden, omdat de vervorming van de ruiten de wettelijke marges overstijgt. Omdat daarover in de vergadering van de VvE van 25 april 2023 geen besluit is genomen, verzoekt hij in deze procedure onder meer vernietiging van het besluit om dit onderwerp op de vergadering niet te behandelen en een vervangende machtiging om de ruiten op kosten van de hoofd-VvE te vervangen.
De splitsing en de ruiten van [verzoeker01]
2.2.
[verzoeker01] is rechthebbende tot het appartementsrecht, plaatselijk bekend als [adres01] in Rotterdam. Het appartement maakt onderdeel uit van een gebouw, dat is gesplitst in vijf appartementsrechten, waarna die vijf appartementsrechten weer zijn ondergesplitst in onderappartementsrechten. Voor deze zaak is van belang dat een van de vijf appartementsrechten bestaat uit 272 woningen (torens B, C en D) en dat [adres01] een van de onderappartementsrechten van dit appartementsrecht is.
2.3.
[verzoeker01] is, als rechthebbende tot een van de van de onderappartementsrechten, van rechtswege lid van de VvE.
2.4.
Partijen zijn het erover eens dat de ruiten in de gevel van het gebouw gemeenschappelijke zaken zijn in de hoofdsplitsing en niet in de ondersplitsing. Het beheer over deze ruiten ligt dus bij de gezamenlijke (vijf) eigenaars in de hoofdsplitsing.
2.5.
[verzoeker01] heeft al jaren de wens om de ruiten in zijn appartement te laten vervangen. Deze ruiten geven een vervormd beeld. Op 2 augustus 2021 heeft het Kenniscentrum Glas - in opdracht van de VvE - een rapport uitgebracht. In dit rapport staat dat de ruiten een vertekend beeld geven (‘vissenkomeffect’) en dat de tussenlaag van de brandwerende glasbladen grotere afwijkingen heeft dan de op dat moment geldende productnorm voorschrijft (de laag is te dik of te dun). Kenniscentrum Glas kan geen uitspraak doen over de brandwerendheid van het glas.
2.6.
[verzoeker01] vindt dat sprake is van een gebrek aan zijn woning dat opgelost moet worden. Omdat het beheer over de ruiten bij de gezamenlijke eigenaars in de hoofdsplitsing ligt, betekent dit dat de kosten voor vervanging van die ruiten voor de gezamenlijke (vijf) eigenaars van de hoofdappartementsrechten komen.
De vergadering van 25 april 2023
2.7.
Op 25 april 2023 is een algemene ledenvergadering gehouden. Dit was een zogenoemde gecombineerde ledenvergadering, waarbij de ledenvergaderingen van zowel de hoofd-VvE als alle onder-VvE’s tegelijk plaatsvonden. De leden van de VvE’s zijn bij het verspreiden van de agenda geïnformeerd over de manier waarop in deze gecombineerde vergadering de besluitvorming plaatsvindt. Bij de toelichting op de agenda staat hierover vermeld:
“Getrapte besluitvorming in de hoofdvereniging
Omdat de vergadering van de hoofdvereniging bestaat uit indices die verder ondergesplitst zijn (zijnde de beide woontorens, de kantoren, de winkels en de stallingsgarage) vindt besluitvorming in de hoofdvereniging getrapt plaats. Dat betekent dat over ieder besluit van de hoofdvereniging eerst een besluit moet worden genomen in alle onderverenigingen. Vervolgens brengt het bestuur van deze onderverenigingen de stem uit in de vergadering van de hoofdvereniging.”
2.8.
[verzoeker01] heeft, gebruik makend van zijn bevoegdheid als lid van de VvE, een onderwerp op de agenda laten zetten zodat daarover een besluit kon worden genomen. Dit punt is opgenomen als punt 8a en luidt:
“Vervanging van de ruiten die vertekenen en vervormen, van de woning gelegen aan het [adres01] , op kosten van de hoofdvereniging”.
2.9.
Tijdens de vergadering is de agenda ter vaststelling aan de leden voorgelegd. Daarbij is door de vergadering besloten om onder andere agendapunt 8a niet te behandelen.
Wat wil [verzoeker01] , van wie en waarom?
2.10.
De kantonrechter heeft, naar aanleiding van het gewijzigde verzoekschrift dat [verzoeker01] op 30 oktober 2023 heeft ingediend, bij de mondelinge behandeling vastgesteld dat zijn verzoeken zich alleen richten tegen de VvE. Deze uitspraak geldt, gelet op het gewijzigde verzoekschrift, dus alleen tussen [verzoeker01] en de VvE.
2.11.
[verzoeker01] wil allereerst dat het besluit van de vergadering om het door hem ingebrachte agendapunt (8a) buiten beschouwing te laten, wordt vernietigd, nu dit besluit zonder redelijke grond is genomen.
2.12.
Verder wil [verzoeker01] dat de kantonrechter hem een vervangende machtiging verleent om de vervormde en vertekende ruiten in zijn appartement op kosten van de hoofd-VvE te vervangen, omdat de vergadering hierover ondanks zijn verzoek geen besluit heeft genomen. Dat betekent dat de vergadering zich niet heeft verklaard, zoals bedoeld in de laatste volzin van artikel 5:121 lid 1 BW Pro.
2.13.
Als hij die vervangende machtiging niet krijgt, wil [verzoeker01] dat de zaak wordt terugverwezen naar de VvE zodat het door hem ingebrachte agendapunt alsnog binnen een redelijke termijn inhoudelijk kan worden behandeld. Tot slot wil [verzoeker01] dat de kantonrechter de VvE en het bestuur daarvan oplegt om zich in het vervolg betamelijk op te stellen tot [verzoeker01] en de overige leden.
Geen vernietiging besluit vaststellen agenda
Vast staat dat op de vergadering van 25 april 2023 is besloten het agendapunt van [verzoeker01] niet in behandeling te nemen. Voor zover de beslissing om het agendapunt niet te behandelen al zou moeten worden aangemerkt als een voor vernietiging vatbaar besluit, geldt dat [verzoeker01] bij vernietiging geen belang heeft. Vernietiging zou immers slechts tot gevolg hebben dat het agendapunt weer op de agenda van 25 april 2023 geplaatst zou worden, maar daarmee wordt het door [verzoeker01] beoogde gevolg - besluitvorming over zijn agendapunt - niet bereikt nu de vergadering is gesloten. Het verzoek tot vernietiging is dus niet toewijsbaar.
Geen vervangende machtiging
2.15.
[verzoeker01] vraagt een vervangende machtiging om de ruiten op kosten van de hoofd-VvE te vervangen. De kantonrechter kan een machtiging verlenen als de vergadering haar medewerking zonder redelijke grond weigert of zich niet verklaart (artikel 5:121 BW Pro). Dit artikel is te beschouwen als een bijzondere uitwerking van het beginsel dat de verhouding tussen mede-eigenaars wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid. Bij de vraag of de vergadering zonder redelijke grond toestemming heeft geweigerd of zich niet heeft verklaard, zijn de omstandigheden van het geval van belang.
Dat de vergadering zich niet heeft verklaard, staat vast. Agendapunt 8a is immers niet behandeld. Beoordeeld moet dus worden of [verzoeker01] een redelijk belang heeft bij vervanging van zijn ruiten. Uit het rapport van Kenniscentrum Glas, waarop [verzoeker01] zijn verzoek baseert, blijkt dit echter niet. Kenniscentrum Glas constateert weliswaar een beeldvertekening in de ruiten, omschreven als “vissenkomeffect”, maar verbindt daaraan geen enkele conclusie, laat staan de conclusie dat de beeldvertekening in acht te nemen normen overschrijdt. Kenniscentrum Glas constateert daarnaast dat de brandwerende laag van de ruiten niet aan de op dat moment geldende productnorm voldoet. Of en zo ja, in welke mate de geconstateerde beeldvertekening wordt veroorzaakt door de afwijkingen in de brandwerende laag van de ruiten, blijkt niet uit het rapport. Nu uit het rapport evenmin kan worden opgemaakt dat de beeldvertekening en/of de afwijkingen in de brandwerende laag zodanig zijn dat de ruiten een normaal gebruik van de woning onmogelijk maken, is van een in redelijkheid gebleken noodzaak tot vervanging van de ruiten geen sprake. De vervangende machtiging wordt daarom niet verleend.
Geen terugverwijzing naar vergadering
2.16.
Omdat het besluit om agendapunt 8a niet te behandelen niet wordt vernietigd en de vervangende machtiging niet wordt verleend, moet de kantonrechter het subsidiaire verzoek van [verzoeker01] beoordelen. Hij wil dat deze zaak wordt terugverwezen naar de vergadering. De kantonrechter kan dat verzoek niet toewijzen, omdat daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt. Als [verzoeker01] wil dat het onderwerp opnieuw wordt voorgelegd aan de vergadering, dan zal hij dit zelf weer op de agenda moeten (laten) zetten. De kantonrechter kan dat niet aan de VvE opleggen, in ieder geval niet in deze verzoekschriftprocedure.
De kantonrechter wijst er volledigheidshalve nog op dat, in geval [verzoeker01] zijn verzoek nogmaals aan de vergadering van de VvE wenst voor te leggen, hij rekening dient te houden met de getrapte manier waarop stemming in de vergadering van de VvE en vervolgens de hoofd-VvE dient plaats te vinden.
Geen opdracht om zich betamelijk te gedragen
2.17.
Tot slot verzoekt [verzoeker01] om de VvE op te leggen zich in de toekomst naar hem en andere VvE-leden betamelijk te gedragen. Hoewel uit de wet (artikel 2:8 BW Pro) inderdaad volgt dat de leden van een VvE zich onderling moeten gedragen ‘naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd’, is dit niet een verplichting die op deze manier kan worden afgedwongen. Het verzoek van [verzoeker01] is te vaag omschreven en bovendien is hiervoor geen plaats in een verzoekschriftprocedure als deze. Daarom wordt ook dit verzoek afgewezen.
Proceskosten
2.18.
[verzoeker01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 289 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van de VvE tot vandaag vast op € 528,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 264,-). Voor kosten die de VvE maakt na deze uitspraak moet [verzoeker01] een bedrag betalen van € 132,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In deze beschikking hoeft hierover niet apart te worden beslist. [1]
2.19.
[verzoeker01] heeft zijn verzoekschrift aanvankelijk mede gericht tegen de hoofd-VvE. De gemachtigde van de VvE (en aanvankelijk de hoofd-VvE) heeft verzocht om [verzoeker01] te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van de hoofd-VvE nu deze nodeloos in de procedure is betrokken. De kantonrechter constateert dat in het verweerschrift, dat (zekerheidshalve) is ingediend namens zowel de hoofd-VvE als de VvE, geen onderscheid is gemaakt in de verweren die namens een van beide VvE’s gevoerd zijn. Anders gezegd: beide VvE’s hebben exact hetzelfde verweer gevoerd. Gelet hierop is er geen aanleiding om [verzoeker01] apart in de proceskosten van de hoofd-VvE te veroordelen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.20.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de verzoeken af;
3.2.
veroordeelt [verzoeker01] in de proceskosten, die aan de kant van de VvE tot vandaag worden vastgesteld op € 528,-;
3.3.
verklaart deze beschikking wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
51909

Voetnoten

1.Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853