Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 november 2023, met bijlagen;
- de pleitnota van Waterweg Wonen, met bijlagen;
- de pleitnota van [eiseres01] .
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Waterweg Wonen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, omdat de huurster haar woning aan anderen heeft gegeven, niet haar hoofdverblijf heeft in het gehuurde en een huurachterstand heeft laten ontstaan. Op 16 augustus 2023 is een verstekvonnis gewezen waarin de vorderingen van Waterweg Wonen zijn toegewezen. De ontruiming stond gepland voor 14 november 2023.
De huurster heeft verzet ingesteld tegen het verstekvonnis en vordert in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan. De kantonrechter oordeelt dat het belang van de huurster om haar woning te behouden zwaarder weegt dan het belang van de verhuurder om tot ontruiming over te gaan. De huurster heeft een duidelijke behoefte aan woonruimte, kan niet elders terecht met haar honden en de verzetprocedure is niet kansloos.
De kantonrechter wijst de vordering toe, schorst de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis en veroordeelt Waterweg Wonen in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het verstekvonnis wordt geschorst totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.