Eiser is eigenaar van een pand waarvan hij woningen verhuurt. Gedaagde liet medio 2020 een balkon plaatsen aan zijn naastgelegen woning. Kort daarna meldden huurders van eiser vochtproblemen in hun woningen. Na herstelpogingen schakelde gedaagde een onderzoek in dat aanvankelijk aansprakelijkheid erkende. Later voerde een andere deskundige dat de oorzaak elders lag en voerde herstelwerkzaamheden uit.
De kantonrechter oordeelt dat het causale verband tussen het balkon en de schade niet is komen vast te staan. De stelplicht ligt bij eiser, die zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Hoewel gedaagde eerst aansprakelijkheid erkende, kan hij dit intrekken omdat de omstandigheden veranderden en het probleem niet definitief was vastgesteld.
De vordering tot vergoeding van huurkorting en herstelkosten wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde worden vastgesteld op €792 met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.