Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[koeriersbedrijf01],
[bedrijf01],
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 februari 2023, met bijlagen;
- het antwoord met een eis in incident;
- het antwoord in het incident;
- het vonnis in het incident van 4 augustus 2023.
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft in de periode van 12 tot en met 23 september 2022 koerierswerkzaamheden verricht voor gedaagde en vordert betaling van het resterende bedrag van €2.775,20, naast reeds ontvangen €1.000,00. Gedaagde betwist de opdracht en de omvang van de werkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat WhatsApp-berichten tussen eiser en een medewerker van gedaagde voldoende bewijs vormen dat de werkzaamheden in opdracht zijn verricht. Gedaagde heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en het afgesproken uurtarief van €40 exclusief btw.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van het resterende bedrag, de buitengerechtelijke incassokosten van €402,52 en de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Tevens worden de proceskosten ten laste van gedaagde vastgesteld en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van €2.775,20, incassokosten en rente.