In deze zaak staat het verzet van [gedaagde01] tegen een verstekvonnis centraal, waarin de huurovereenkomst met Maus Beheer B.V. was ontbonden wegens een huurachterstand. [gedaagde01] betwistte het verstekvonnis en stelde dat de huurachterstand inmiddels was ingelopen en dat ontbinding van de huurovereenkomst onterecht was.
Tijdens de mondelinge behandeling erkenden partijen dat de huurachterstand € 2.771,15 bedroeg tot en met november 2023. De kantonrechter oordeelde dat hoewel sprake is van een huurachterstand van ruim vier maanden, ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Dit vanwege de belangen van vier minderjarige kinderen die in de woning verblijven en het feit dat Maus Beheer de huurachterstand niet aan de gemeente heeft gemeld, waardoor passende hulpverlening ontbreekt.
Daarnaast werd de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten afgewezen omdat niet is aangetoond dat een veertiendagenbrief is ontvangen. De wettelijke rente werd toegewezen. Het verstekvonnis werd vernietigd, de huurovereenkomst blijft bestaan en [gedaagde01] wordt niet veroordeeld tot ontruiming. De proceskosten worden aan [gedaagde01] opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.