ECLI:NL:RBROT:2023:11930
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen WOZ-waardering woning en restaurant en schadevergoeding
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van een woning en een restaurant voor het belastingjaar 2021, stellende dat deze te hoog zijn vastgesteld. Verweerder heeft de waarderingen onderbouwd met verkoopcijfers van vergelijkbare objecten en een berekening van de vervangingswaarde. De rechtbank oordeelt dat verweerder zijn bewijslast voldoende heeft voldaan en dat de waarderingen niet te hoog zijn vastgesteld.
Eiser heeft tevens een verzoek ingediend om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Hoewel de rechtbank vaststelt dat de redelijke termijn met ongeveer negen maanden is overschreden, wijst zij het verzoek af omdat de vergoeding niet ten goede zou komen aan eiser zelf, maar aan de BV van zijn gemachtigde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis is gewezen door rechter A.M.J. Adriaansen en griffier M. Noordegraaf op 15 december 2023.
Uitkomst: Beroep tegen WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard en verzoek om schadevergoeding afgewezen.