De zaak betreft een geschil tussen Stichting Maasdelta Groep (MDG) en [gedaagde01] over de beëindiging van een huurovereenkomst van een woning in [plaats01]. Na een burgemeestersluiting van de woning op grond van de Opiumwet wegens de aanwezigheid van handelshoeveelheden verdovende middelen, heeft MDG de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde01] betwistte dit en bleef in de woning wonen.
De politie rapporteerde dat in de woning drugs en munitie waren aangetroffen en dat er een opsporingsonderzoek liep. Uit onderzoek bleek dat [gedaagde01] op de hoogte was van de illegale activiteiten, wat zij deels betwistte, maar haar verweer werd niet geloofwaardig geacht. MDG stelde dat de aanwezigheid van drugs en de burgemeestersluiting een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormden, waardoor zij bevoegd was de overeenkomst te ontbinden.
De kantonrechter oordeelde dat MDG terecht de huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden en dat de belangen van MDG en de veiligheid in de wijk zwaarder wegen dan het woonrecht van [gedaagde01]. De persoonlijke omstandigheden van [gedaagde01], zoals zwangerschap en psychische problematiek, leidden niet tot een ander oordeel. [gedaagde01] werd veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van achterstallige huur en schadevergoeding, alsmede proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.