PostNL vordert betaling van €16.745,04 van gedaagde, die betwist de overeenkomst te hebben gesloten. De vervoersovereenkomst is gesloten op naam van een eenmanszaak die door gedaagde werd gedreven, maar zij stelt dat een ander de overeenkomst heeft gesloten. De rechtbank stelt vast dat gedaagde inderdaad de eenmanszaak dreef en dat de vermeende vertegenwoordiger bevoegd was om de overeenkomst aan te gaan.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid, die gedaagde niet heeft weggenomen. Daarnaast is gebleken dat gedaagde en de vermeende vertegenwoordiger partners zijn en samen overeenkomsten aangaan om derden te misleiden, wat duidt op een bedrieglijke handelwijze.
Hierdoor wordt gedaagde gehouden aan de overeenkomst en veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke handelsrente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.