In deze civiele zaak vordert eiser betaling van twee onbetaalde facturen voor verrichte werkzaamheden aan gedaagde, inclusief rente en incassokosten. Gedaagde betwist de hoogte van de facturen en voert een beroep op verrekening aan wegens een te hoog gehanteerd uurtarief en reeds betaalde uren, alsmede een vordering wegens een keuring.
De kantonrechter behandelt de vorderingen gezamenlijk vanwege hun samenhang. Eiser verschijnt niet op de mondelinge behandeling en betwist de stellingen van gedaagde niet. Hierdoor gaat de rechter uit van de juistheid van het verweer van gedaagde, waarbij het uurtarief wordt gecorrigeerd, teveel gefactureerde uren worden terugbetaald en een keuringvordering wordt erkend.
Na verrekening resteert een schuld van eiser aan gedaagde van € 621,-. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar de gevorderde rente hierover niet, wegens onvoldoende bewijs van betaling aan de incassogemachtigde. De handelsrente over het resterende bedrag wordt wel toegewezen. Eiser wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.